Sander Schimmelpenninck schreef een column. Daarin uit hij kritiek op de veelgehoorde uitspraak dat vrouwen de afgelopen twintig jaar 15 uur meer zijn gaan werken, terwijl mannen slechts 24 minuten meer zijn gaan zorgen.
Zijn punt is terecht. Met cijfers moet je zorgvuldig omgaan.
De periode waar die cijfers naar verwijzen wordt namelijk regelmatig verkeerd weergegeven. Het gaat niet over de afgelopen twintig jaar, maar over de periode 1995 – 2015.
Daardoor ontstaat een beeld dat niet helemaal klopt. Meerdere mensen hebben deze cijfers de afgelopen weken gedeeld. Ook ik nam ze onlangs over zonder ze eerst goed te controleren. Niet oké.
Toch dacht ik vooral toen ik de discussie hierover volgde: we voeren het verkeerde gesprek.
Want gelijkwaardigheid thuis gaat helemaal niet over uren. Niet over hoeveel uur iemand betaald werkt.
Of hoeveel uur iemand zorgt of het huishouden doet.
Het interessante is namelijk dat we werkuren heel goed meten. Maar datgene waar veel stellen thuis ruzie over hebben: het onthouden, vooruitdenken, plannen en coördineren. Dát meten we in Nederland nauwelijks.
Misschien verklaart dat ook waarom zoveel ouders zich niet herkennen in discussies die alleen over uren gaan.
Want stel hè, stel. Dat morgen uit onderzoek blijkt dat mannen inderdaad veel meer zorgen nu dan 20 jaar geleden. Zijn we er dan? Is de gelijkwaardigheid dan geslaagd?
Ik denk van niet. Want allebei evenveel werkuren maken. Of allebei evenveel uren thuis zijn. Dat corrigeert iets heel belangrijks niet.
Sterker nog. Zelfs bij de stellen waarin de vrouw méér betaalde uren werkt dan de man, drukt er bij haar iets op de schouders. Iets waardoor het nog steeds vóelt alsof er meer bij haar ligt.
Hoe dat komt?
Omdat er daadwerkelijk meer op haar schouders lígt.
Want gelijkwaardigheid zit niet alleen in wat je doet. In wat zichtbaar is, in uren. Maar juist in wat je draagt.
Want wie houdt het overzicht voor wat er thuis allemaal gebeurt? Wie denkt vooruit?
Wie ziet dat de gymtas mee moet? Of merkt dat de luiers bijna op zijn?
Wie plant het kinderfeestje? Bedenkt überhaupt dat er een traktatie nodig is?
Wie zorgt dat er iedere dag eten op tafel staat?
Dat iedereen zich gezien voelt en het thuis gewoon lekker loopt?
Dát zie je niet terug in uren. En al helemaal niet op je salarisstrook.
Dat zie je terug in iemands hoofd. In de mentale belasting die iemand draagt.
Of ‘mental load’ zoals het ook genoemd wordt.
Daarom geloof ik dat we weg moeten van de vraag: "Wie werkt er meer?” of “Wie is er meer uren thuis?”
En veel vaker moeten kijken naar: "Wie dráágt het thuis?"
Want pas dan wordt zichtbaar wat er thuis werkelijk gebeurt. Niet alleen in taken of in uren, maar in verantwoordelijkheid. Want misschien is dat wel de vraag die we ons écht mogen stellen:
Mag haar hoofd aan het einde van de dag net zo leeg zijn als dat van hem?
Echte gelijkwaardigheid begint niet bij nieuwe cijfers, beleid of discussies. Maar gewoon thuis.
Aan de keukentafel.
PS: Zelf weten hoe jullie ervoor staan thuis qua mentale belasting? Vul de Huishoudbattle in (en let op de score die je onderin ziet staan).
PPS: Zelf aan de slag met jullie rolverdeling? Download dan mijn gratis e-book. Met mijn 30 beste tips voor een gelijkwaardige rolverdeling.